Gorinchem NA3974, 13-Jun-1634


bron: Gorinchem NA3974 , 13-Jun-1634
Op huijden den 13e junij 1634 compareerde voor
mij Abraham Kemp, openbaer notaris bij den Hove
van Hollant geadmitteert, residerende binnen der
stadt Gorinchem, in presentie van [de] getuijgen hier onder
genomineert: Hendrick Dircxs Feijter, schout tot
Andel in den lande van Altena. D[e]welcke in beste
forme hem doenlick sijnde, onwederroepel[ijk]  geconstitueert ende machtig
gemaeckt heeft, sulcx hij is constituerende ende
machtech makende bij desen: P[ete]r van Jonckholt, notaris,
en[de] procur[eur] tot Gorinchem, special[ijk] om[m]e te comparer[en]
voor schepenen der stede Woudrichem, ende aldaer
uijt sijn comp[a]r[an]ts name te v[er]lijden ende bekennen
schuldich te wesen aen en[de] ten behoeve van P[ete]r Jans
Burchaem? ende Corn[elis] van der Lingen, d[e] som[m]e van ses
hondert Car[olus] gul[den] capitael, ter saecke van verleende
ende verstrecte penningen, bij hem comp[aran]t tot sijnen goeden
genouge ontfengen ende gevalideert, mitsgaders aen
ende ten behoeve van Schalck Claesse van [den] Bosch ende
Johan van Wevelinckhoven, d[e] som[m]e van drie hondert
sestien Car[olus] gul[den], uyt gelijcke oirsake als voorss. Ende beyde
de voorss. som[m]e[n] van penningen aen d[e] voorss. crediteuren
respectivel[ijk] ende yder in sijn regardt te beloven te betalen 
over de tijt van een jaer naer date der verlijdinge
metten intreste van dien tegen seben gul[den] van 't
hondert int jaer, ende vorders naer advenant ende
beloop des tijts totte effectuele betalinge toe
geduyrende. Als mede daer voren [-d'voorss. selve somme van penningen-]
te samen ende elcx int bijsonder special[ijk] te hipotequerenende 
ende verbinden [-versekeren op-] seeckere acht mergen lants,
met huijs, schuijr, berch ende alle betimmeringe ende beteulinge
daer op staende, ofte 
soo groot ende cleijn die gelegen sijn in de banne van
Op Andel, belent oost Heijman Gijsbertsz. ende
Willem Huijbertsz., west Adriaen Jansz. Smouts ende
d' erfgenamen van Aert Jansz. Kuijst, streckende
van [den] hoogen maesdijck ten noorden gelegen, zuijtw[aarts]
tot des voorn. Willem Huijberts leencamp toe,
ofte wie alom[m]e met recht daert naest gelant so
mogen wesen. Ende voorts generalick sijn compar[ants]

[page 2]

p[er]soon ende vordere goederen, roer[ende] ende onroer[ende],
 present ende toecomende, subjecteren[de] d[e]selve
alle rechten ende rechteren, mits dat de schultbrieven
in gevolgen van desen duo contextu en[de] als in eenen
aesem, gepasseert ende verleden sullen werden, in sulcker
vougen dat d[e]selve beijden evenveel rechts en[de]
mits d'een gheen meerder voordeel ofte preferentie
als d'ander sal hebben. [-met mae-] 't welck expressel[ijk]
in de verss. brieven geclausuleert sal werden, met
macht mede dat soo ten behoeve van de voorn.
Burchaern ende Vander Lingen egheen brief mocht
werden verleden, dat nochtans indien gevalle den voorn. 
geconstitueerde soodanige brief aen [den] voorn. van den
Bosch ende Wevelinckhoven sal mogen verlijden als hier
voren is verhaelt. Belovende hij comp[a]r[an]t te houden
voor stabijl ende van waerden 't gunt bij den voorss.
sijnen geconstitueerde in cracgte deses gedaen ende
verricht sal werden. Onder den verbande als na rechten,
aldus gedaen ende gepasseert binnen Gorinchem in
presentie van Dirck Dercxs Crab, herbergier ende
Engel ende Adriaen Remger, jongman van
Noordeloos, als geloof waerdige getuijgen hier
toe versocht, die de minute deses neffens
den comp[a]r[an]t on[derteke?]t hebben, datum als boven.
-Hendrick Dircksse Feijter
-Adryaen Remger [en] Dirryck Dirrycksen Crab, als getuijgen
Mij t'oircon[de] Kemp, not[ari]s

dito de[selvde datum?] uytgel[ever]t


Transcriptie door/transcribed by: Jos de Kloe.
terug naar mijn homepage, Andel pagina, bronnen pagina, of bronnenlijst RA/NA