Heusden Klooster120, 19-Jan-1491


bron: Heusden Klooster120 194, 19-Jan-1491
bron: http://www.archieven.nl/ 
en:   http://www.bhic.nl/integrated?mivast=235&miadt=235&mizig=210&miview=inv2&milang=nl&micols=1&am
p;mires=0&micode=239&mizk_alle=andel
-------------
archief: 239 Kloosters Marienkroon en Mariendonk in Heusden, 1245 - 1631

Inv.nr. 120
regest 1514; 1491 januari 19
Schepenen van Woudrichem, Jan van Gore Baltasatszn / Wouter Willemszn /
Jacob van Gent Robbrechtszn, oorkonden, dat Wouter Willemszn voornoemd,
als rechter van Andel en heemraden Art Dirkszn en Jacob Dirk Aalbrechtsznszn
hebben verklaard, dat Hubrecht Lambertszn overgedragen heeft aan Herman
Janszn, voor Mariendonk:
2 morgen in Andel in de Cammelt, waarna Herman voornoemd deze weer aan
Hubrecht heeft overgedragen voor erfcijns van 50 stuiver
Kopie in groot cartularium (inventarisnr 120) pagina 194

zie scan 218
hierop rechtsmidden folionummer 194 in de originele hand
en rechtsboven folionummer 111 in potlood
bestand: 239-120-111R.jpg

----------------------
transcriptie
----------------------
Wij Ja[n] van Ghore Baltasars sone, Wout[er] Willemsz. en[de] Jacop va[n] Gent Robbrechsz. scepe[nen] tot Woudrichem
orconde[n] met deze brieve
besegelt met ons[en] segele[n] dat voer ons quame Wout[er] Wille[m]sz. scepe[n] voirss. als ee[n] richt[er] en[de] met
he[m] Art Dircsz. en[de] Jacop
Dirc Aelbrechsenszn als hemeraders tot Andel en[de] brochte[n] ons [-an-] aen als een scepene dat voor he[n] gecome[n]
is Hu-
brecht Lambertsz. en[de] droech op en[de] gaf over brud[er] H[er]me[n] Jansz. tot behoef des cloesters en[de] c[on]vents
der b[er]naedite[n]
va[n] su[n]te Ma[r]ien Donck bute[n] Husd[en] twe m[er]gen lants gelege[n] tot Andel inde[n] Ca[m]melt dair H[er]me[n]
Ghijsbrechsz.
lant af is gelege[n] te naeste[n] oestwairt en[de] hee[re]n Jans die Voecht priesters lant te naeste[n] weestw[aar]t,
strecke[n]de
va[n] Claes Wille[m]sz. erve tot Huberts La[m]brechtszn. en[de] M[ar]tijn Roelofsz. erve toe. En[de] dat hij dair op
v[er]teech en[de] ver-
halmede dair na op tot des cloesters en[de] c[on]vents behoef voirss. En[de] dat Hubrecht voirss. uut die voirseijde
twee m[er]gen lants geba[n]ne[n] wairt en[de] H[er]me[n] voirss. tot des cloesters en[de] c[on]vents voirss. behoef daer
in gevrijt
hoe vo[n]nisse der hemerade[n] wijsde en[de] recht is. En[de] dat voert qua[m] Hubert voirss. en[de] geloefde H[er]me[n]
Jansz.
voirseijt die voersproke[n] twe m[er]ge[n] lants tot behoef des cloesters en[de] c[on]vents voirnoemt te waere[n] jair
en[de]
dach als me[n] va[n] eijge[n] erve sculdich is te waere[n] en[de] alle voerco[m]mer en[de] alle voirplicht af te doen
die hij va[n]
rechts wege[n] sculdich is af te doen nae de[n] recht va[n] d[en] steede va[n] Woudriche[m]  en[de] de[n] lande va[n]
Althenae.
En[de] dit aldus gedaen wesende als voirss. is dat qua[m] op die staende voete die voirss. H[er]ma[n] Jansz. va[n]
wege[n] des voirss.
cloesters en[de] c[on]vents en[de] v[er]liede en[de] gaf den voirghenoemde[n] Hubert die voirsproke[n] twee m[er]ge[n]
lants wed[er]o[m]me tot
ene[n] rechte[n] erftijns alle jair om vijftich stuver paijme[n]te als huede[n] datu[m] des briefs gancbare. Te
betale[n] alle
jair op ons liev[e] vrouwe[n] dach assu[m]pcio daer de[n] ijerste[n] dach der betali[n]ge af weesen sal op ons liev[e]
vrouwe[n]
dach assu[m]pcio naes[t]come[n]de en[de] en betaelde men de[n] cloest[er] en[de] c[on]vent alle jair de[n] voerseijde[n]
tijns op ons Liev[e]
vrouwe[n] dach assu[m]pcio niet, soe sal die keldner d[ie] da[ar] ind[er] tijt weesende of die ghene die des va[n] des
cloest[er]
en[de] c[on]vents wege[n] machtich sijn sal, den voirseijden tijns mane[n] of doen mane[n] mitte[n] richt[er] en[de] twe
hemerad[en]
va[n] bi[n]ne[n] lants Huberts of besitt des erfs tege[n]woirdich[?]t if opt.... erve voirss.. En[de] en betalde me[n]
he[m] dan de[n]
voirseijde[n] tijns bi[n]ne[n] XIIII daghe[n] naed[en] mani[n]ge niet, soe mach die kelnder of die des machtich wesen
sal va[n] d[en]
cloest[er] voirss. die voersproke[n] II m[er]gen lants aenvange[n] als des cloest[er]s en[de] c[on]vents vrij eijge[n]
erve en[de] keere[n] die i[n]
des cloesters en[de] c[on]vents oirbare sond[er] ijemonts wed[er] segge[n]. Met [-af-] alsulk[e] voirw[er]den dat
Hubrecht voirss. die voirss.
vijftich stuu[vers] sal moge[n] aflossen en[de] afquitte[n] tot alle[n] tide[n] he[m] dat believe[n] sal met XXVIII
rijns g[ulden] XII voirijsers
gerekent voer elcke[n] rijns g[ulden] sond[er] enige[n] pacht [-van d-] va[n] dien jair te geve[n] dair hij die in af
losse[n] en[de] afquitten
sal. Gheg[even] int jair XIIIIc een tnege[n]tich XIX daghe i[n] janua[r]io
----------------------


Gevonden op deze Website
terug naar mijn homepage, Andel pagina, bronnen pagina, of bronnenlijst RA/NA