LandVanAltena Rechtsbronnen141, 25-Nov-1369
bron: LandVanAltena Rechtsbronnen141 141, 25-Nov-1369
bron: Rechtsbronnen van Woudrichem en het Land van Altena,
uitgegeven door Mr. K. N. Korteweg, 1948
electronische versie gevonden op de website van Ben van Rijswijk:
http://www.benvanrijswijk.com/
-----------
regest 141:
Ten overstaan van notaris Hendrik Arnoudsz. Hac en getuigen bekrachtigen Willem, natuurlijke
zoon van Hugeman van Poederoyen, en Gerard, zoon van Diederik Noudenz. van Andel, den verkoop
door laatstgenoemde aan de abdij van Berne van een erftins uit onroerende goederen te Andel,
welke verkoop is geschied blijkens een Woudrichemschen schepenbrief d.d. 1369 november 19,
waarvan de inhoud wordt ingelascht.
1369 November 25.
In nomine Domini, amen. Per hoc presens publicum instrumentum cunctis pateat evidenter,
quod anno a nativitate Dommi millesimo trecentesimo sexagesimo nono, indictione septima,
mensis Novembris die vicesima quinta, hora none vel quasi, Pontificatus sanctissimi in
Christo patris ac domini nostri, domini Urbani, divina providentia Pape quinti anno septimo,
in mei notarii publici infrascripti testiumque subscriptorum ad (hoc) vocatorum et rogatorum
presentia personaliter constituti viri discreti et honesti Wilhelmus filius naturalis
Hughemanni de Poederoyen et Gerardus filius Thcoderici Noudonis de Anle, non ad hoc inducti
maliciose vel coacti, sed spontanie, ut apparere videbatur, effestucando resignaverunt omni
modo et forma quibus melius et forcius potuerunt, ad et supra viginti duas libras annuatim et
hereditarie.census, ad opus domini abbatis et conventus monasterii beate Marie Bernensis,
Premonstratensis ordinis, et ad eorum petanciam, quas dictus dominus abbas ad opus sul et
conventus ad eorum petanciam erga Theodericum filium Noudonis de Anle emir ad et supra domum
et mansionem atque pemerium, necnon supra quinque jugera terre in villa seu in parochia de Anle
situata, cum omnibus earum attinentiis, secundum formam et tenorem litterarum scabinorum de
Woudrichem, ad informacionem judicis et heemradorum de Anle confectarum, quarum tenor talis est:
Wi (Jan) 1) Aernt Wysschaertsoen van Honswijc, Severijn Wiilemssoen ende Liebrecht Godevaertssoen,
scepen tot Woudrichem, orconden met desen brieve beseghelt met onsen seghelen, dat Melijs die Vos,
richter van Andel, Wouter Aernts soen, Wouter Jacopssoen, Jan Todeman ende Steesken
Ricoutssoen, heemraet tot Andel, aen ons brochten alse aen scepen, dat si daer over ende aen
waren alse richter ende heemraet tot Andel, dat Didderic Noudensoen van Andel opdroech ende gaf
tot enen vrien eygendom den abt van Berne, tot behoef des ghemeyns convents van Berne tot
hoerre pitancien behoef een huys ende een ghezeete gheleghen tot Andel mit sinen bogaert binnen
graften ende buten graften ende met allen sinen toebehoren, daer Noude Willemssoens lant
gheleghen is aen die een side ende Jacops lant van Boemel aen die ander zide, ende dat
Didderic voerseeght den voerghenoemden abt van Berne tot behoef des ghemeyns convents van
Berne tot hoerre pitancien behoef voert opdroech ende gaf tot enen vrijen eyghendom vijf
marghen lants gheleghen in den ghericht van Andel in den Binant 2) tuschen die twee weteringhen,
daer Noude Willemssoens lant gheleghen is aen die een zide ende Noude Rutgherssoens lant aen die
ander zide, ende dat hi daerop verteech ende verhalmde daerna op totter pitancien behoef des
ghemeyns convents van Berne, ende dat Didderic voerseegt uten voersprokenen goede ghebannen
waert ende die abt van Berne in, tot behoef dier pytancien des ghemeyns convents van Berne,
ende dat Didderic Noudensoen voernoemt, joncfrouwe Heylwich sijn wittich wijf, joncfrouwe
Rijswijnt sijn dochter ende Gheraet Diddericssoen voerscreven gheloefden met ghesamender hant
alse zakewoude den voorghenoemden abt van Berne tot [b]ehoef dier pitancien des ghemeyns convents
van Berne die voersproken huys ende gheseete ende die voersproken vijf marghen lants in allen
manieren alse voerscreven staet te waren jaer ende dach, als men erve sculdich is te waren
binnen lants daer die voersproken goede gheleghen sijn, ende alle voerplicht ende alle
voercommer af te doen. Ende doe quam die abt van Berne voerghenoemt ende gaf den voerseyden
Didderic Noudensoen die voersproken goede weder tot enen rechten erftijns, elcs jaers om twee
ende twyntich pont, ende te betalen allen jaer tot sente Mertensmisse in den wynter of binnen
veertien daghen daerna. Ende waert dat zake, dat hi hem sinen tijns niet en gave elcs jaers tot
dien voerghenoemden daghe der betalinghen, soe mach die abt van Berne tot behoef der pitancien
des ghemeyns convents van Berne die voersproken huys ende gheseete ende boghaerde ende vijf
merghen lants voerscr. aenvaen alse dier pitancien des ghemeyns convents van Berne eyghen goet
ende keeren in haer orbaer, sonder yemants wederzegghen. Ghegheven int jaer ons Heren dusent
driehondert ende neghen ende tsestich, des Maendaghes na sente Lebuinsdach in den wynter -
promittentesque contra premissa seu eorum aliqua per se vel per alios non venire seu procurare
quomodolibet in futurum, omnibus exceptionibus doli mali et fraud¡s, juris et facti, canon¡ci
et civ¡lis et omnibus aliis quibus premissa ¡mpediri potuerint renunciando. Et super premissis
dictus dominus abbas peCHT sibi fieri publicum instrumentum.
Acta sunt hec in monaster¡c Bernensi, in aula dict¡ domini abbatis, sub anno, indictione, mense,
die, hora, loco ac pontificatu quibus supra, presentibus ibidem viris discretis Walthero dicto
Scutte, clerica, Johanne de Mol de Andel et Wilhelma de Hedechusen dicto Sloetmaker, testibus
fide dignis ad premissa vocatis specialiter et rogatis. Et ego Heinricus Arnoldi dicti Hac,
clericus Trajectensis Dyocesis, publicus imperiali auctoritate notarius, resignatione,
promissione et omnibus aliis prout superius scripta sunt una cum testibus antedictis
122
presens interfui eaque fieri vidi et audivi, hoc presens publicum instrumentum exinde confeci,
diversis negociis impeditus per alium fidelem scribere feci meaque propria manu litteram
subscripsi et in hanc publicam formam redegi et signo meo solito et consueto signavi in
testimonium omnium premissorum rogatus.
Met handmerk van den notaris.
Oorspr. - Archief der abdij van Berne te Heeswijk, Cart. 1, no. 232 (XV, 1).
In dorso staat: XXII u. in Andel, solvitur Martini.
Chijns van 22 pont tot Andel op een huys en geseet en 5 merge lants voor de pytancie van
Berne, Ao, 1369.
Litt.: Inleiding, blz. 87, 89, 90.
1) Dit woord is aangevuld naar de lezing in de oorkonde van 1416 Maart 17 (no. 263).
2) De oorkonde van 1416 Maart 17 heeft: Bivant i.p.v. Binant.
Waarschijnlijk moet men lezen: Bivanc.
---
een iets andere versie van dit regest is gepubliceerd in het
"Regestenboek van het archief van de Abdij van Berne, 1134-1400"
door H. van Bavel, O. Praem., Abdij van Berne, Heeswijk, 1984:
---
regest 339
1369 november 25 In monasterio Bernensi in aula domini abbatis.
Notaris Henricus Arnolduszn Hac, clericus van Traiectum, instrumenteert, dat Wilhelmus,
natuurlijke zoon van Hughemannus van Poederoyen, en Gerardus Theodericuszn Nouden van Andel
afstand hebben gedaan ten behoeve van abt en convent van Berne van hun rechten betreffende
de cijns van 22 pont tot pitantie van het klooster, welke cijns door de abt onlangs ten laste
van Theodericus Noudenzn van Anle is gevestigd op huis, hoeve, boomgaard en 5 morgen in Anle,
krachtens de hierbij geinsereerde akte van 19 nov. 1369 (reg. nr.337).
---
Dit regest is nu ook online in te zien op de website van het BHIC:
https://proxy.archieven.nl/235/243AC70FFF1F4C7F84CE5F643E829A10
en de scan van de originele brief is hier in te zien:
https://proxy.archieven.nl/235/A1E56410A4134540A80743A317BC75C2
het betreft inventaris nummer IIIC33b:
"Akte van afstand door Willem Hugemanszoon van Poederoyen en Gerard Diederikszoon Nouden van Andel
van hun rechten betreffende een door de abt gevestigde cijns op goederen te Andel, 1369."
in archief 2092: Norbertijnenabdij van Berne, oud archief, 1134-1857 .
---
Gevonden op deze Website
terug naar mijn homepage,
Andel pagina,
bronnen pagina, of
bronnenlijst RA/NA