LandVanAltena Rechtsbronnen380, 16-Aug-1538


bron: LandVanAltena Rechtsbronnen380 , 16-Aug-1538
bron: Rechtsbronnen van Woudrichem en het Land van Altena,
      uitgegeven door Mr. K. N. Korteweg, 1948
electronische versie gevonden op de website van Ben van Rijswijk:
http://www.benvanrijswijk.com/  
-----------
regest 380:
Voor schepenen van Woudrichem verklaren eenige schouten uit het land van Altena, dat de ingelanden aan den graaf van
Horne, als heer van Altena, op zekere voorwaarden een bede toegestaan hebben van vier stuivers 's jaars op elk morgen
land, voor
den tijd van acht jaren.

1538 Augustus 16.

Wij Adriaen Damessoen ende Jasper Adriaensz., scepenen der stede van Woudrichem, doen condt ende certificeeren eenen
yegelijcken voir die gerechte wairheyt, dat op
huyden, datum van desen, voir ons gecompareert sijn in properen personen Huybert Herberensz. van Haulingen, schout tot
Almkerck, Huybert Woutersz., schout tot Andel,
Wouter van Emmechoven, ambochsheer tot Emmechoven, Jan van Goor, schout tot Giecen, ende Jan van Emmechoven, schout tot
Weerthusen, ende hebben aldair voir ons
ter iusten(lijcke?) ende rechterlijcke verzueck van Jan Schellaert, als drossaert in den naem van den heere, gezeet,
gedepozeert ende bij den eede, die zij deposanten gedaen
hebben in aennemen van hairluden officien getuycht, dat die gemeyne geerffden, binnen den lande van Althena geerft,
poorters, uutheemschen ende inwonenden, die d[air]
doen ter tijt tegenwoordich waeren, onsen genadigen heere, die graeffve van Hoorn, als heer tot Althena, be[l]oo[ft],
gegonnen ende geconsenteert hebben op den achtienden
dach in Augusto anno XVc ende seven ende dartich laestleden, van sinte Martijnsdach anno XXXVII ingaende, acht jaren
lanck geduerende, op elcke mergen land[s], alle jair,
vier stuvers tsjairs, dair den yersten termijn aff verschijnen sal op sinte Martijnsdach nu naestcomende ende zoe voort
van )air tot jair, die voirss. acht jairen lanck geduerende,
ende dat op vorwaerden als in den beedebrieff, bezegelt met der stede zegel van Woudrichem, dairvan zijnde, breder
gespecificeert staen. Ende want men dan schuldich is
getugenisse der wairheyt te geven ende bijsonder als men des verzocht wordt, zoe ist dat wij scepenen voirss., dairtoe
versocht wesende als recht is, hebben in kennisse der
wairheyt van tgeen dat voirss. is, elcx onsen zegel hier beneden aen gehangen. Gedaen int jair ons Heeren XVc ende acht
ende dartich, den sestienden dach in Augusto.

Met de uithangende zegels van Adriaan Dammesz, en Jasper Adriaansz. in groene was.
Oorspr. - Archief Altena, no. 20.
Litt.: Prfschr., blz. 31.
-----------
De scans van de originele akte zijn in te zien op de website van het Nationaal Archief:
http://www.gahetna.nl/collectie/archief/ead/index/eadid/3.19.02/node/c01%3A1.c02%3A3.c03%3A1.c04%3A0./open/c01:1.c02:3.c
03:1.c04:0.#c01:1.c02:3.c03:1.c04:0.
Archief: Heren van Altena
Archief nummer: 3.19.02
B.IV.20.1 
20.1 - 20.5 Stukken betreffende de aan de heren en de vrouwe van Altena toegestane beden. 1537-1560 4 charters en 1 stuk
(Reg.no's 144,1, 146, 160, 166-168).
Korteweg p.448-449 nr. 380; p.467-469 nr. 392; p.484-486 nr. 402

regest 146: 1538 Augustus 16
Schepenen van Woudrichem oorkonden, dat Huybert Herberenszoon van Haulingen, schout tot Almkerck, Huybert Wouterszoon,
schout tot Andel, Wouter van Emmechoven,
ambachtsheer tot Emmechoven, Jan van Goor, schout tot Giecen en Jan van Emmechoven, schout tot Weerthusen, op vordering
van de drossaard Jan Schellaert onder
ede verklaard hebben, dat de gemene geërfden en inwoners van den lande van Althena op 18 Augustus 1537 aan de graaf
van Hoorn, heer tot Althena, een bede van
4 stuivers 's jaars van elke morgen land hebben toegestaan voor de tijd van acht jaren. (zie no. 144,1).

Gedaen int jair ons Heeren XVc ende acht ende dertich den zestienden dach in Augusto.
Oorspr. (Inv. no. 20.1). Met zegel van Adriaen Damenzoon en Jasper Adriaenszoon in groene was.
-----------


Gevonden op deze Website
terug naar mijn homepage, Andel pagina, bronnen pagina, of bronnenlijst RA/NA