Gansoijen Leenhof2, 10-Sep-1599


bron: Gansoijen Leenhof2 64,65, 10-Sep-1599
[leenen Gansoijen, inv.2, p.64, 10-9-1599, 3-7-1628]

Besoyen             51
9 hont

Item de helft van 18 hont lants gelegen tusschen des?thenisse?
Peeter Janssen de Pauwe oostwaert ende Gijsbert Mertens
westwaert, strekken[de] van [den] Gantel toe suytwaerts tot de andere
XVIII honden toe. Dese 18 honden sijn gespli[t]st ego alhier negen
hondt op Aert Peeter van Andel, d'ander resteren[de] 9 hont
Jan Li?wens Kiv?s? verte? ?folman??

[marge:] Aert Peeterss van Andel. 
Poseta[?] Aerdt Colff, als man ende voocht van Lijnken Aert Peters van Andels dochter,
mede Cornelis Henricx van Tilborch.

Jan van Blomendael van Vyanen, Heer tot Gansoyen, doe te
weten dat overmits gewillige overgifte, opdrachte, quytschel-
dinge en[de] vertichtenisse, bij Aerdt Anthonisse mit halm, hande
ende monde, in mijnen handen gedaen, sulcx dat mijnen mannen
van leen wijsen genoeg te wesen, van negen honts lants, soo
groot en[de] cleyn die gelegen sijn inden ambochte van Besoyen,
eertijts tusschen ?De.teniske? van d'erffgenamen wijlen Peeter de Pauwe oost-
waerts, ende wijlen Gijsbert Mertens westwaert, en[de] nu
aen[de] oostsijde Aert Peeterss met Jan Claessen Hagen, en[de]
aen[de] westsijde Willem Goyarts. Item noch de helft
van vier hont lants, daer aen gelegen. Alles volgens die limiten
inde oude brieven gestelt. Ick, deselve verlijdt ende
beleent hebbe, verlijde en[de] belene mitsdesen Aerdt Peeters
van Andel te houden van mijn en[de] mijnen nacomelingen, Heeren
ende vrouwen tot Gansoyen. De verss. Aerdt Peeterss zijnen
erven en[de] naecomelingen, de verss. negen honts en[de] de helft
van vier hont, elck tot een onversterfel[ijk] erfleen en[de] te
verhergewaden als't verschijnt, beheltel[ijk] in alles mijn en[de]
een yegel[ijk] sijn goet recht. Daer dit geschieden waer bij
aen en[de] over Lenart Wouterss, Huybert van[de] Plas en[de] Aerdt
Anthonisse van  Brynen, mijnen mannen van leen. Des t'oirconde
hebbe mijnen zegel hier aengehangen opten thyen septemb[er]
vijftien hondert negen en tnegentich.

[marge: Cornelis Henricxs tot Tilborch]
Opten 3 july 1628 heeft Cornelis Henricx van Tilborch door
goetwillige opdrachte bij Aerdt Colff gedaen dese verss. negen hont en[de]
vier hont verheven voor stadthouder en[de] leenmannen den eedt gedaen
voor Adriaen Michielss, Dam?yaen Bernts en[de] Jan Janss., leenmannen,
gereserveert de Heere ende een ieder sijns rechts.

[leenen Gansoijen, inv.2, p.65, 1600, 3-7-1628, 22-7-1637]
Besoijen
9 hont
[marge: Jan Arienss Leeuw op ?strange?]
Item de helft van 18 hont lants gelegen tusschen
de stonisse? Peeter Jansse de Pouwe oostwaert, ende
Gijsbert Mertens westwaert, strecken[de] van[den] Gantel aen
suytwaerts tot [de] andere 18 honden toe. Dese 18 honden
sijn gesplitst ergo alhier negen hont op Jan Arienssen
Leeuw, en[de] d'ander resteren[de] 9 hont op Aert Peeters van
Andel als blijct folio 51.

A[nn]o 1600 Jan Arienss Leeu de verss. 9 hont lants gestelt in
handen van Aerdt Peeterss. van Andel.

Op ten 3en july 1628 heeft Cornelis Henricxss. van Tilborch
door goetwillige opdrachte bij Aerdt Colff als man en[de] voocht
van Lijnken Aerdt Peters van Andel, gedaen dese verss. negen hont lants
verheven  en[de] daaraff den eedt gedaen voor Adriaen Michielss.
stadthouder, Dann?aen Bernts, leenmann[en], behoudel[ijk] den Heer
en[de] een ieder sijns rechts.

Op ten 22en july 1637 dese twee negen honden
met [-de helfte van-] vier hondt weder verheven
bij Jan Cornelisse de Crom, als te sien is inden
Nieuwen boeck C.Fol. 57 et verso, in drye l???


Transcriptie door/transcribed by: Jos de Kloe.
als u interesse hebt in dit document dan kunt u per email een scan bij mij opvragen/
if you are interested in this document you may request a scan by email.
terug naar mijn homepage, Andel pagina, bronnen pagina, of bronnenlijst RA/NA