Heusden varia0033_0047, 29-May-1679
bron: Heusden varia0033_0047 8, 29-May-1679
SALHA
toegang 0353 Collectie aanwinsten, afkomstig van het Rijksarchief in Noord-Brabant, 1417-1899
inv. nr. 78 Papieren rakende 2 percelen land gelegen onder Andelerbroek,
leenroerig aan het Huis Adegeest, thans toebehorende mevrouw de weduwe Pompe van Meerdervoort, 1679-1680. 1 omslag
voorheen
SALHA, collectie varia 1545-2010, toegang 0033, inv. nr. 0047:
---
omschrijving uit inventaris:
---
Papieren rakende 2 percelen land gelegen onder Andelerbroek, leenroerig aan het huis Adegeest,
thans toebehorende mevrouw de weduwe Pompe van Meerdervoort, 1679-1680, 2 stukken.
N.B. Afkomstig uit de Collectie Aanwinsten van het Rijksarchief van Noord-Brabant 1961 nr. 33.
---
zie ook het archief van het leengoed Adegeest:
www.erfgoedleiden.nl
0519 Inventaris van het archief van het Heilige Geest- of Arme Wees- en Kinderhuis (HGW), 1334-1979.
II.J Gedeponeerd archief van Anna van den Bergh en haar familie, en het leengoed Adegeest
inv. nr. 4656 Akten van belening door Johan van der Meer Claesz. en zijn weduwe Anna Verboom Jacobsdr., als heer en
vrouwe van Adegeest van verschillende personen met landerijen gelegen in Aarlanderveen, Andelerbroek (Noord-Brabant),
Oegstgeest (Thoornvelt), Voorschoten en Woudrichem, 1677-1690. Met bijbehorende stukken, [eind 17de eeuw] en 1731.
1675-1731
permalink: https://www.erfgoedleiden.nl/collecties/archieven/archievenoverzicht/file/008383d9ea1634a79d58c2d6eb3658b8
---
transcriptie:
---
[omslag]
Papieren raakende 2 perceelen lands geleegen onder Andelerbroek
leenroerig aan den Huijze Adegeest thans toebehoorende Mevrouw de wed.
Pompe van Meerdervoort.
348
[f.1]
Ik Johan van der Meer Claeszoon, ontvanger van des gemeenelands middelen
over Leijden ende Rhijnland, possesseir van den huijze van Adegeest, doe cont
allen luijden, dat ik behoudens ons en een ijgelijks regte verlijd ende verleent heb-
heb, verlijen ende verleenen bij deesen mijne brieven de Heer Johan van de Graaf,
burgemeester der stad Woudrichem, ende presiderende hoogheemraad des
lands van Altena, woonende tot Woudrichem, eerst een partije lands gelegen
in Andelerbroek in den lande van Altena, goot drie morgen drie hond, belent
van ouds ten oosten Carnitius Kurk, Heer tot Lanco etc. als man en voogd
van juffrouw Lucretia van Stakenbroeck, ten westen de graaflijkheid van Hol-
land, strekkende uit het zuijden van Heer Kurk voornoemt noordwaards
tot de rivier den Alm toe. Ende nog een partije lands gelegen als vooren groot
drie morgen, belent van ouds de voornoemde graaflijkheid, west Maijken Goos-
sens Koornverkoopster tot Gorkom, strekkende uit den zuijden van voorn.
Heer Kurk land af, noordwaards tot aan de rivier den Alm voorss. Te
houden van ons, onsen erven ende nakoomelingen, possesseurs van den huij-
sen van Adegeest in Rhijnland, den voorn. Heer Johan van de Graaf zijn
erven ende nakomelingen tot een goed onversterflijk erfleen en dat met alle
zoodanige servituten en overpaaden als de zelve landen volgens de oude
brieven zijn hebbende of lijdende, te verheergewaaden als gevalt ijder par-
tije met een coppel patrijsen ofte van elks vijfentwintig stuivers goed geld
daar voor, ende een somma van thien gulden van [-voor-] elke partij voor onse hof voor rech-
ten leenmannen etc. des dat ik aan mijn behoude dat indien de voorss.
van de graaf 't zelve land komt te verkoopen, dat ik binnen den tijd van t?ijen
jaaren naar dato dese 't zelve voor die prijs zal vermoogen aan te slaen. Ende
heeft hier van den voornoemde Heer Johan van de Graef ons hulde, eed ende
manschap gedaan, zulks dat behoorden, en ik mede vernoegt was. Daarbij
[f.1v]
aen ende over waeren Cornelis Pieterze Helburch en Leendert van Leuwen mijne
leenmannen hier toe verzogt, de welke deesen tot waarheids oirconde hebben
geteijkent, gedaan binnen Leijden onder ons Zegel hier aangehangen den 19 junij
1679.
-Johan van der Meer
-Corn. Piet. Helburch
-L. van Leuwen
[f.2]
Op huijden den 29 meij 1679 compareerde voor mij Adriaen Hanedoes, notaris pub.
bij den ed. Hove van Holland geadmitteert binnen de steeden Woudrichem residerende,
ende voor de nagen. getuijgen de Eerbaare Leijntje Driessen, wed. van za. Cornelis Wolff,
woonachtig op de Steene Heul in den lande van Altena, mitsgaders Adriaen Willems
Vinck in qualiteijt als oom ende bloedvoogt van Tanneke Cornelis Wolff, woonende
binnen deese steede, beijde mij notaris bekent, ende verklaarden zij comparan-
ten irrevocabele volmacht en procuratie te geven, zoo als dezelve doen bij deesen, de
E.E. Heer Burgem. Johan van de Graaff, meede woonachtig alhier, specialijk omme
uit haer constituantens naam ende van harent wegen ende eerst voor haar eerste
constituante te ontvangen zoodanige erfenis en investiture van zeekere drie mergen
weijland geleegen in den lande van Altena onder Andelbrouck, leenroerich aan
den Ed. Huijse van Adegeest, belent ten oosten de graaflijkheid van Holland,
west Maijken Goosens, strekkende uit het zuijden van Caemitius Kurck, Heere van
Lanco, zijn land af, noordwaarts tot aan de rivier den Alm toe, mitsgaders uit
den naam van hem tweede comparant in qualiteijt als vooren, insgelijks meede de
investiture en andere behoorlijkheeden daar toe tendeerende te ontfangen, van zee-
kere drie morgen [-drie-] en drie hond weijland, mede geleegen als vooren, ende leen-
roerich aan den gemelde Edele huijse van Adegeest, belent ten oosten den ge-
melde Ed. Heer Caemitius Kurck, ten westen de voornoemde graaflijkheid, streck-
kende uit het zuijden van de Heer Kurck voornoemt, noordwaards tot de voors.
rivier den Alm toe, ofte wie met recht naast een van de voors. partijen van landen
geerft ofte geland zoude moogen zijn, mitsgaders in den naame als vooren in
handen en daar zulks behooren zal gewoonlijken eed te doen, en vorders gene-
ralijken alle solemniteijten die zoo tot het doen van de investiture, het afleggen
van den eed, specteeren zoude moogen, en voorts alles daar omtrent te handelen
of zij constituanten zelf present zijnde zoude moogen ofte konnen doen (ja
alwaart dat hier toe nog naader en ampelder last van nooden was) met macht
[f.2v]
omme nevens hem heer geconstitueerde een of meer des noods zijnde in des zelfs
plaats te moogen substitueren, beloovende zij comparanten respective en ieder van
haar in 't bijzonder, van volkoome waarden te zullen houden, ende doen houden alle
't geen bij haar geconstitueerden, ofte wel deszelver gesubstitueerden in krachte deeses
zal worden gedaan ende verricht, onder verband als naar rechten. Aldus ge-
daan ende gepasseert binnen de steede Woudrichem ten presentie van Christof-
fel van der Steen ende Matthijs van Duijsel als getuijgen hier toe verzogt.
Onderstond 't welk ik affirmeere. Onder was geteijckent A. Hanedoes, Not.
publ. 1679.
Ik Johan van der Meer Claeszoon, possesseur van den huijse van Adegeest,
ende ontvanger van des gemeene lands middelen te Leijden ende Rhijnland, doe condt
allen leijden dat voor mij ende de leenmannen hier nagenoemt, gemoomen ende gecom-
pareert is de E.E. Heer Johan van der Graaf, oud burgemeester der stad Woudri-
chem ende heeft mij met halm, hand ende monde opgedragen, overgegeeven ende
quijtgescholden zonder iet meer daar aan te behouden, gelijk mannen wijsden dat
regt was, tot behouf van Leijntje Driesse, weduwe van zal. Cornelis Wolf, oud om-
trent 40 jaaren, woonende op de Steene Heul in den lande van Althena, een par-
tij weijland groot omtrent drie morgen, geleegen in den lande van Althena onder An-
delerbroek, belent ten oosten de graaflijkheid van Holland, ten westen Maijken
Goosens Korenkoopster tot Gorkom, ten zuijden de Heer Caemitius Kurck als
getrouwt hebbende Lucretia van Stakenbroeck, Heere van Lauco, ten noorden de rivier
den Alm, gelijk hij dat van onsen huijsen van Adegeest ten leen houdende was,
gebruikt ende beseten heeft. Dit gedaan weesende, zoo heb ik rechte voorts wederom
behoudens mijn ende een ijgelijks regt verlijd ende verleent, verlijen ende verlenen
met deese mijne brieve, de voors. Leijntje Driesse, weduwe van zal. Cornelis Wolff 't
[f.3]
voorss. partije land, belent ende geleegen als vooren, te houden van mij, mijne erven ende
nakomelingen possesseurs van den huijse van Adegeest in Rhijnland, tot een onversterf-
lijk erfleen, en dat met alle soodanige servituten en overpaden, als 't zelve land vol-
gens de oude brieven is hebbende en lijdende, te verheergewaden alst gevalt met een
coppel patrijsen, ofte vijfentwintig stuvers goed geldt daarvoor, ende een somme van
tien guldens voor onse hoffregten etc. Ende heefft hier van ons de voors. Heer Johan van
de Graaff als hebbende procuratie van de voors. Leijntje Driesse, gepasseert voor den
notaris Adriaen Hanedoes in dato den 29e meij 1679, die in onse leenregisteren is
geregistreert ende op 't passeeren deeses geextribeert; ons hulde, eed en manschap in
haare naame gedaan, zulks dat behoorde, daar ik meede vernoegt was, welk partije
is versogt voor een somme van twee hondert guldens guldens. Hier aen ende over waeren Cor-
nelis Pieterse, ??? Helbusch, ende Claes Vossenbusch, leenmannen van mijnen huij-
sen Adegeest hier toe versogt, de welke deesen tot waarheid oirconde hebben, geteij-
kent, gedaan binnen Leijden onder mijn zegel hier aangehangen den 3 maart 1680.
-Johan van der Meer
-Corn. P. Helbusch
-C. Vossenbusch
Ik Johan van der Meer Claessoon, possesseur van den huijse van Adegeest
ende ontfanger van des gemeene lands middelen over Leijden ende Rhijnland, doe
condt allen luijden dat voor mij ende mijne leenmannen hierna genoemt, gekoo-
men ende gecompareert is de E.E. Heer Johan van de Graaf, oud burgemeester
der stad Woudrichem, ende heeft mij met halm, hand ende monde opgedraagen over-
gegeven ende quijtgescholden, zonder iet meer daar aan te behouden, gelijk man-
nen wijsden dat recht was, tot behouf van Tanneke Cornelis Wolf, nagelaate
dogter van Cornelis Wolf, oud omtrent ... jaaren, woonende binnen de stad
Woudrichem, een partij weijland groot omtrent drie morgen drie hond gelegen
[f.3v]
in den lande van Althena onder Andelerbrouck, belent ten oosten den Ed. Heer Cae-
nutius Hurck heer van Lanco, als getrouwt hebbende juffrouw Lucretia Stakenbroeck,
ten westen de Graaflijkheid van Holland, ten zuijden de Heer Hurck voorn., ten
noorden de rivier den Alm, gelijk hij dat van onsen huijse van Adegeest te leen
houdende was, gebruijkt ende beseeten heeft; dit gedaan weesende, zoo heb ik
recht voort wederom, behoudens mij ende een ijgelijks regt, verlijd ende verleent,
verlijen ende verleenen met deese mijne brieven, de voors. Tanneke Cornelis Wolff,
naargelaate dogter van Cornelis Wolf 't voors. partije land, belent ende geleegen als
vooren, te houden van mij, mijnen erven ende nakomelingen, possesseurs van den huijse
van Adegeest in Rhijnland, tot een onversterffelijk erfleen, en dat met alle sooda-
nige servituten ende overpaaden als het zelve land volgens de oude brieven is hebbende
ende lijdende. Te verheergewaaden als gevalt met een coppel patrijsen ofte vijfentwintig
stuivers goed gelds daarvoor, ende een somme van tien guldens voor onse hofrechten etc.
Ende heeft hier van ons de voors. heer Johan van de Graaf, als hebbende procuratie van Adri-
aen Willemse Vink oom ende voogd over de voors. Tanneken Cornelis Wolff gepasseert voor
de notaris Adriaen Hanedoes in dato den 29 meij 1679 die in onse leenregisteren is
geregistreert, en op 't passeren deeses geexhibeert, ons hulde eed ende manschap in zijnen
naame gedaan, zulks dat behoorde, daar ik meede vernoegt was, mits dat 't voorss.
kind tot haare jaaren gekoomen zijnde, mijn eed hulde en manschap gehouden is
te doen. Welke voors. partij is verkogt voor een somma van twee hondert gulden.
Hier aen ende over waaren Cornelis Pieterse Helburch ende Claes Vossenburgh,
leenmannen van mijnen huijse van Adegeest, hiertoe verzogt, de welke deesen
tot waarheid oirconde hebben geteijkent, gedaan binnen Leijden onder mijn zegel
hier aangehangen den 8 maart 1680.
-Johan van der Meer
-Corn. Piet. Helburch
-C. Vossenburch
Transcriptie door/transcribed by: Jos de Kloe.
als u interesse hebt in dit document dan kunt u per email een scan bij mij opvragen/
if you are interested in this document you may request a scan by email.
terug naar mijn homepage,
Andel pagina,
bronnen pagina, of
bronnenlijst RA/NA