Woudrichem RA273, 24-Feb-1675
bron: Woudrichem RA273 , 24-Feb-1675
Compareerde voor Adrijaen Pus, schout, Jan
Otten de Feijter en[de] Adriaen Heuvelcamp, schepenen
van Giessen: Barthell Jansz. de Groot, woonen[de]
tot Gorinchem en[de] Walburchie Jans huijsvrou
van Adriaen Jans van Aelst, woonende opden
Giessenschen Enghe, mitsgad[er]s Matthijs
Willemsz. van Emmichoven mede schepen van
Giesen en Geertruijt Joosten Doudijns, sijn
huijsvrouw, en[de] verclaarden ten versoecken van[den]
dijaconen en[de] kerckenraden van Giessen met solem-
neele eede henluijden tot dien eijnde behoorl[ijk]
gestaeft, en[de] affgevraeght waerachtich en[de]
henluijden als noch seer well kennel[ijk] te sijn
dat Herbert Willemse van Weerthuijsen in sijn
leven out schepenen van Giesen op den 18e feb.
a[nn]o 1674 (sonder nochtans inden precissen dach
behaelt te willen sijn), ten huijsen van Mathijs
Willemsz. van Emmichoven voornt. (alwaer den
voorn. Herbert Willemsz. van Weerthuijsen mede
woonachtich was, en[de] langhe jaren te voren gewoont
heeft), sieck te bedde leggende. Edoch sijn verstand
en[de] sinnen machtich sijnde, gewilt en[de] begeert heeft
dat den armen (denoterende nae haer oordeell daer
mede den armen van Giessen) nae sijn doot soude
hebben ofte genieten de som[m]e van drie hondert
car. guldens, en dat den selven ontrent twee mael
vierentwintich ueren daer naer daer op overleden
is, gevende de voorn. getuijgen voor redenen van
van well wetenschap dat sij tijde en[de] plaetse
voornn. alle gelijckelijck geweest sijn voort
't bedde daer op den voorn. Herbert Willemsz.
sieck was leggende, en[de] hem 't gene voorss.
is wel en[de] duijdel[ijk] hebben hooren seggen en[de] oock
present geweest sijn dat de selven is overleden.
Verclarende wijders noch den voorn. Barthel Jacobsz. en
Mathijs van Emmichoven dat sij eenige dagen
voor den voorss. 18e feb. en sulcx mede 't overlijden
van[den] voorn. Herbert Willems, geweest sijn ten
huijse van Huijbert Blommert, woonende tot Op-
[p.2]
Eijll, alwaer den voorn. Herbert Willemsz. casueell
gecomen en[de] sieck geworden was, ende hem aldaer
wel ende duijdelijck hebben hooren seggen dat hij niet
langher daer wesen wilde, dat hij begeerde tot
Giesen gebracht te sijn, en[de] off hij eerder quaem
te sterven, dat hij tot Eijll niet wilde begraven
noch van die van Eijll gedragen sijn, ofte
sulcke ende diergelijcke woorde in sin ende
substantie. Soo waerl[ijk] most haer getuijgen Godt
Almachtich helpen. Actum den 23e feb. a[nn]o 1675.
Was ondertij[ken]t: Adriaen Pus, Jan Otten de Feijter,
en[de] Adrij[aan] Heuvelcamp. Onder stont in kennisse
van mij secret[ari]s, was onder[teken]t Ar. Heuvelcamp.
Naer collatie jegens de princi-
pale is dese bij mijn onderges[chreven]
secret[ari]s tot Giessen accorderende be-
vonden oirconden dese geteij[ken]t actum
Giesen desen 24e feb. 1675. Was
onder[teken]t Ar. Heuvelcamp.
[p.3]
Mouweris Maertens van Rossum, ende Roeloff ......
?diaconen van Giessen, geassisteert met die
van kerckenraden aldaer, intervenieren
de voorden ged[aagd]e, alvooren t'antwoorden
versocht visie ende lecture en ist noodt copie
audtentiecq van de procuratie bij de geer?
presseerde eijs[ser]s va[n] d'h[ee]r Hanedoes tot het
waernemen deser saecke gepasseert
ende dien o[n]vermindert antwoorden[de] segge
expresel[ijk] t'ontkennen de positive in
d'aenspraekt vermelt en in tegendeel van
dien waerachtich te sijn, dat Herbert
van Waerthuijsen zal[ige]r. in sijn leven
broeder van den ged[aagd]e op den 18 feb. 1674
ten huijse van de ged[aagd]e, alwaer den voorn.
Herbert van Waerthuijsen wonachtich
was, sieck te bedde leggende, gewilt ende
begeert heeft dat naer sijn doot de ar-
men (denoterende daer mede de armen van
Giessen) soude hebben ende genieten de som[m]e
van drie hondert gulden, en dat den sel-
ven ontrent tweemael 24 uijren daer
naer, daer op is overleden, en dat mitsdien
den ge[daagd]e tot voldoeninge vandien aen-
intervenienten wel ende debite over gele-
vert heeft de obligatie in ?voorss? aenspraeck
gementioneert. Concluderende omme
die en andere redenen ist noodt voerder
te processen te deduceren dat de eij[sse]rs haeren
ende genomen sa[ke] werden ontseijt den ged???
[p.4]
daer van geab?solveert ende de eij[sse]rs gecondem-
neert inde costen van dese processe ofte
tot anderen, etc.
[p.5]
Ge... in judicie
der steede Woudrich[em]
den 27en feb. 1675.
mijn present
????
Transcriptie door/transcribed by: Jos de Kloe.
als u interesse hebt in dit document dan kunt u per email een scan bij mij opvragen/
if you are interested in this document you may request a scan by email.
terug naar mijn homepage,
Andel pagina,
bronnen pagina, of
bronnenlijst RA/NA